Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017

Onder 12.25. Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:404.

Uit het voorgaande concludeer ik, dat het hof op grond van het dossier misschien wel heeft kunnen vaststellen dat de bloeddruppel op het moment van bemonstering rood en nog niet geheel ingedroogd was, maar niet dat deze druppel is afgezet rond het min of meer exacte tijdstip van 11.00 uur die ochtend. Het oordeel van het hof, dat het bloedspoor zo recent is afgezet dat het niet in relatie kan worden gebracht met de gewelddadige dood van het slachtoffer, is in dat verband niet begrijpelijk. Het is voorts, nu het hof zonder nadere motivering is voorbij gegaan aan de hierboven aangehaalde bevinding van de contra-deskundige Ten Hove, die heeft aangegeven geen uitspraak te kunnen doen over de mate van droogheid van de bloeddruppel - en dus ook niet over de droogtijd ervan - naar ik meen onvoldoende gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ead4a6dfee5640790330dcf8b39a755381935090e1e991658784141d31d4f7a4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ead4a6dfee5640790330dcf8b39a755381935090e1e991658784141d31d4f7a4, en de alinea staat in dat document op bytes 230401 tot 231261.