Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017

Onder 13.5. Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:404.

Naar het oordeel van het hof rechtvaardigt de afwezigheid van forensisch bewijs jegens (de) verdachte(n) echter niet zonder meer tevens de gevolgtrekking dat deze omstandigheid bewijs zou vormen voor het niet betrokken zijn van verdachte(n) bij het delict. Om te beoordelen of, en zo ja, welke bewijskracht moet worden toegekend aan de gebleken afwezigheid van (belastend) forensisch bewijs, zullen immers ook de omstandigheden waaronder het onderzoek is verricht en eventuele verklaringen voor de afwezigheid van bewijs in de beoordeling moeten worden betrokken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ead4a6dfee5640790330dcf8b39a755381935090e1e991658784141d31d4f7a4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ead4a6dfee5640790330dcf8b39a755381935090e1e991658784141d31d4f7a4, en de alinea staat in dat document op bytes 238037 tot 238613.