Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017

Onder 14.2. Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:404.

liggende dossier geeft aanleiding te veronderstellen zij, op het moment dat zij deze verklaring aflegden, ermee bekend zouden zijn dat zich schoenzoolsporen op de kleding van het slachtoffer bevonden. Evenmin is aannemelijk geworden dat zij op het moment waarop zij daarover voor de eerste maal verklaarden, al van de politie of anderen vernomen zouden hebben, of er anderszins mee bekend zouden zijn geraakt, dat het slachtoffer ook geschopt was. Het hof merkt het door de drie vrouwelijke verdachten verklaren over het schoppen dan ook, in verbinding met het voormelde aantreffen van de van verschillende personen afkomstige schoensporen, aan als een aanwijzing voor het op waarheid berusten van het door hen gegeven relaas omtrent het door (meerdere van) de drie mannelijke verdachten op het slachtoffer uitgeoefende geweld, in ieder geval voor wat betreft de component “schoppen”.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ead4a6dfee5640790330dcf8b39a755381935090e1e991658784141d31d4f7a4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ead4a6dfee5640790330dcf8b39a755381935090e1e991658784141d31d4f7a4, en de alinea staat in dat document op bytes 272583 tot 273487.