Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017
Onder 16.6. Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:404.
Gelet op de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen heeft het hof daaruit zonder meer kunnen afleiden, dat de vrouwelijke verdachten nauw en bewust hebben samengewerkt bij het bevorderen en/of vergemakkelijken van het door de mannelijke verdachten begane delict in de vorm en met de gevolgen zoals is bewezenverklaard. Nu in dit geval het tenlastegelegde ‘in vereniging’ in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering van die behulpzaamheid en daarbij sprake is geweest van een onderlinge taakverdeling en een wezenlijke bijdrage van de vrouwen en het zich niet terugtrekken op belangrijke momenten, is, anders dan de steller van het middel meent, een afzonderlijke bewijsoverweging om dat medeplegen nader te motiveren, in dit geval niet noodzakelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ead4a6dfee5640790330dcf8b39a755381935090e1e991658784141d31d4f7a4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ead4a6dfee5640790330dcf8b39a755381935090e1e991658784141d31d4f7a4, en de alinea staat in dat document op bytes 287607 tot 288380.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ead4a6dfee5640790330dcf8b39a755381935090e1e991658784141d31d4f7a4 | shasum -a 256