Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017

Onder 4.3.2 Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:406.

Het hof constateert op grond van het vorenstaande dat noch [getuige 2] , noch zijn vader [betrokkene 5] , tegenover de CEAS dan wel tegenover de raadsheer-commissaris een directe en concrete herinnering heeft aan de exacte datum en het exacte tijdstip waarop [getuige 2] en [getuige 1] in de zomer van 1993 in het bushokje hebben gezeten. De inhoud van deze laatste verklaringen doet naar het oordeel van het hof bovendien gerede twijfel rijzen aan de juistheid van de in de verklaringen van [getuige 2] en [getuige 1] uit 1993 genoemde data en tijdstippen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/67f6980440c5dc3fa0587b307d2d4a4d718e1b4ead6aed70881b16e7732a5e4b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 67f6980440c5dc3fa0587b307d2d4a4d718e1b4ead6aed70881b16e7732a5e4b, en de alinea staat in dat document op bytes 86478 tot 87048.