Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017

Onder 11.13. Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:406.

De steller van het middel meent, zo begrijp ik, dat de verklaringsvrijheid van de vrouwen in het onderhavige geval was beperkt door hun persoon; volgens de geraadpleegde deskundigen waren zij ten tijde van de politieverhoren in 1994 zodanig ‘compliant’ en ‘suggestibel’, dat aannemelijk is dat zij hebben verklaard wat de politie wilde horen en dat zij zodoende onder druk een valse bekentenis hebben afgelegd. Het hof heeft volgens de steller van het middel aan de onderzoeksbevindingen een conclusie verbonden die daarin niet kan worden gelezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/67f6980440c5dc3fa0587b307d2d4a4d718e1b4ead6aed70881b16e7732a5e4b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 67f6980440c5dc3fa0587b307d2d4a4d718e1b4ead6aed70881b16e7732a5e4b, en de alinea staat in dat document op bytes 152776 tot 153344.