Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017

Onder 11.15. Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:406.

In geval een deskundige concludeert dat een verdachte, gelet op de door hem bij die persoon afgenomen test of een afgenomen interview - al dan niet onder specifieke omstandigheden - ‘mogelijk’ bepaald gedrag zoals het afleggen van een valse bekentenis zou kunnen vertonen, dan geeft de deskundige daarmee niet meer of minder aan dan dat hij dergelijk gedrag niet ondenkbaar acht. Het hof heeft met betrekking tot de conclusies van de verschillende deskundigen dan ook kunnen vaststellen, dat een onomstotelijk verband tussen persoonskenmerken zoals inschikkelijkheid of suggestibiliteit en het afleggen van een onware bekentenis op grond van deze bevindingen niet kan worden aangetoond. Het voorgaande brengt mee dat het oordeel van het hof, waarin besloten ligt dat, hoewel uit de afgenomen interviews aanwijzingen naar voren komen dat vooral [Jane H.] en [Carien N.] door hun persoonskenmerken onder omstandigheden mogelijk meer dan gemiddeld gevoelig zijn voor beïnvloeding, deze aanwijzingen niet zodanig sterk zijn dat getwijfeld moet worden aan de wilsvrijheid van de vrouwen en het waarheidsgehalte van hun verklaringen, niet onbegrijpelijk is en toereikend gemotiveerd. Ook dat is een feitelijk oordeel dat in cassatie niet verder kan worden getoetst.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/67f6980440c5dc3fa0587b307d2d4a4d718e1b4ead6aed70881b16e7732a5e4b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 67f6980440c5dc3fa0587b307d2d4a4d718e1b4ead6aed70881b16e7732a5e4b, en de alinea staat in dat document op bytes 155047 tot 156345.