Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017

Onder 11.18. Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:406.

Het hof heeft in het tot stand komen van de genoemde verklaringen geen aanleiding gezien deze reeds om die reden onbetrouwbaar te achten, nu uit het dossier niet kan worden afgeleid dat deze onder ontoelaatbare druk tot stand zijn gekomen en de persoon van de vrouwelijke verdachten onvoldoende aanleiding geeft om te stellen dat deze verklaringen vals zijn. Het hof is hiermee afgeweken van het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt van de verdediging, inhoudende dat de verklaringen niet voor het bewijs gebezigd mogen worden vanwege de onbetrouwbaarheid daarvan. Voor zover dit standpunt betrekking heeft op de verhoorsituatie en de persoon van de verdachten, heeft het hof, gezien de hiervoor aangehaalde overwegingen en gelet op hetgeen de verdediging naar voren heeft gebracht, naar mijn mening in voldoende mate de redenen opgegeven die hebben geleid tot afwijking van voormeld standpunt. Het middel faalt in zoverre. Voor zover de steller van het middel nog stelt dat sprake is van schending van art. 6 lid 1 en 2 EVRM, kan ik hem in die niet nader geadstrueerde stellingname niet volgen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/67f6980440c5dc3fa0587b307d2d4a4d718e1b4ead6aed70881b16e7732a5e4b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 67f6980440c5dc3fa0587b307d2d4a4d718e1b4ead6aed70881b16e7732a5e4b, en de alinea staat in dat document op bytes 157854 tot 158962.