Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017

Onder 12.3. Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:406.

Derhalve is het hof, nu ook anderszins niet is gebleken van feiten of omstandigheden die een concrete aanwijzing zouden kunnen zijn om de delictgerelateerdheid van de bloeddruppel (en de bloedveeg van dezelfde donor) aan te nemen, van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat genoemde bloeddruppel en bloedveeg een relatie hebben met het onderhavige misdrijf. Daaruit volgt dat het aantreffen van voormelde bloeddruppel en bloedveeg door het hof evenmin als een aanwijzing wordt beschouwd voor de juistheid van de stelling dat een ander of anderen het misdrijf heeft of hebben gepleegd, waarvan de verdachte en de medeverdachten worden verdacht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/67f6980440c5dc3fa0587b307d2d4a4d718e1b4ead6aed70881b16e7732a5e4b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 67f6980440c5dc3fa0587b307d2d4a4d718e1b4ead6aed70881b16e7732a5e4b, en de alinea staat in dat document op bytes 186791 tot 187453.