Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 april 2017
Onder 4.5. Parket bij de Hoge Raad 14 april 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:407.
Het hof heeft tot uitgangspunt genomen dat alleen de CV de opdrachtgever van Lexence was (rov. 3.6 en 3.14 van het bestreden arrest). Uit de feitenvaststelling door het hof blijkt het volgende. Lexence had feitelijk contact met en richtte haar adviezen aan EAIG, bestuurder en aandeelhouder van beherend vennoot EAW (zie rov. 2.9, 2.10, 2.13; zie ook par. 1.8, 1.9 en 1.12 van deze conclusie; zie ook voetnoot 4); Lexence heeft geconstateerd dat het prospectus fouten bevatte en daarbij aangegeven dat EAIG wegens deze fouten aansprakelijk zou kunnen worden gesteld door de commanditaire vennoten (rov. 2.9; zie ook par. 1.8 van deze conclusie); Lexence heeft EAIG geadviseerd in de communicatie met de commanditaire vennoten “niet de focus te leggen” op de fouten, maar op de mogelijkheden alsnog tot ontwikkeling te komen (rov. 2.13, 2.14, 3.7; zie ook par. 1.12 en 1.13 van deze conclusie).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0e31b53ebfef456accd918e972b58f067c458e8bd507d7eed96a28784f1e1dab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0e31b53ebfef456accd918e972b58f067c458e8bd507d7eed96a28784f1e1dab, en de alinea staat in dat document op bytes 60541 tot 61551.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0e31b53ebfef456accd918e972b58f067c458e8bd507d7eed96a28784f1e1dab | shasum -a 256