Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2017
Onder 2.36 Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:41.
Voorts kan worden vastgesteld dat reeds onder het huidige recht voor de aanvragende schuldeiser de drempel tot de opening van het faillissement een betrekkelijk lage is. Voldaan moet worden aan drie voorwaarden, te weten het summierlijk blijken van (i) een vordering van de aanvrager, (ii) pluraliteit van crediteuren, en (iii) minimaal één opeisbare vordering. De steunvordering hoeft dus niet opeisbaar te zijn en mag voorts door zekerheid zijn gedekt. Materieel is het dan maar een kleine stap naar een aanvraag op basis van uitsluitend de opeisbare vordering van de aanvrager zelf. Een hausse van faillietverklaringen lijkt niet te moeten worden gevreesd; per slot van rekening is de door de rechter te verrichten eindtoets nog steeds of de schuldenaar heeft opgehouden te betalen. Voorstelbaar is dat aan de aanwezigheid van de vordering van de aanvrager desgewenst zwaardere eisen worden gesteld. Niet uitgesloten is dat zeer lichtvaardige aanvragen onder bijzondere omstandigheden zouden kunnen afstuiten op misbruik van bevoegdheid.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/11ca9ded1495815e722faebdd1ab86a08be26b2731a6b73afdfc0615a13f6a02. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 11ca9ded1495815e722faebdd1ab86a08be26b2731a6b73afdfc0615a13f6a02, en de alinea staat in dat document op bytes 55029 tot 56340.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/11ca9ded1495815e722faebdd1ab86a08be26b2731a6b73afdfc0615a13f6a02 | shasum -a 256