Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2017
Onder 1.4 Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:41.
4. Op grond van de aan het hof overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting is het hof van oordeel dat, nu de vordering van [verzoekster] niet door [verweerster] is betwist, dat vorderingsrecht vast staat. Van feiten en omstandigheden die aantonen dat [verweerster] in de toestand verkeert dat zij heeft opgehouden te betalen, is echter niet (summierlijk) gebleken. Daarvoor is volgens vaste jurisprudentie in ieder geval noodzakelijk dat een (beoogde) failliet naast de vordering van de aanvrager ook een of meer andere schuldeisers onbetaald laat. Aan dat vereiste is in het onderhavige geval niet voldaan, daarover verschillen partijen ook niet van mening. [verzoekster] vindt echter dat de door haar aangedragen omstandigheden rechtvaardigen dat aan het pluraliteitsvereiste voorbij wordt gegaan. Het hof volgt [verzoekster] daarin niet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/11ca9ded1495815e722faebdd1ab86a08be26b2731a6b73afdfc0615a13f6a02. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 11ca9ded1495815e722faebdd1ab86a08be26b2731a6b73afdfc0615a13f6a02, en de alinea staat in dat document op bytes 10839 tot 11700.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/11ca9ded1495815e722faebdd1ab86a08be26b2731a6b73afdfc0615a13f6a02 | shasum -a 256