Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2017

Onder 2.5 Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:41.

Tegen deze achtergrond geldt sedert de invoering van de Faillissementswet als maatstaf voor de beoordeling van een verzoek of eigen aangifte tot faillietverklaring of de schuldenaar verkeert in “ de toestand dat hij heeft opgehouden te betal en” (art. 1 lid 1 Fw) respectievelijk of “summierlijk blijkt van het bestaan van feiten of omstandigheden, welke aantonen, dat de schuldenaar in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, en, zo een schuldeiser het verzoek doet, ook van het vorderingsrecht van deze.” (art. 6 lid 3 Fw). Uit het woord ‘toestand’ valt af te leiden dat sprake moet zijn van enige bestendigheid van het niet-betalen. Het woord ‘summierlijk’ duidt erop dat de bedoelde toestand en de vordering van de aanvrager uit een eenvoudig onderzoek moeten blijken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/11ca9ded1495815e722faebdd1ab86a08be26b2731a6b73afdfc0615a13f6a02. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 11ca9ded1495815e722faebdd1ab86a08be26b2731a6b73afdfc0615a13f6a02, en de alinea staat in dat document op bytes 18280 tot 19132.