Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2017
Onder 2.18 Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:41.
“3.4.1 De voor een faillietverklaring geldende eis dat summierlijk blijkt van een steunvordering, wordt gesteld omdat het faillissement ten doel heeft het vermogen van de schuldenaar te verdelen onder diens gezamenlijke schuldeisers. Met dat doel strookt niet de faillietverklaring van iemand die slechts één schuldeiser heeft (vgl. onder meer HR 22 maart 1985, ECLI:NL:HR:1985:AG4980, NJ 1985/548). Het bestaan van meer schulden is weliswaar een noodzakelijke, maar niet een voldoende voorwaarde voor het aannemen van de in art. 1 lid 1 Fw bedoelde toestand. Ook als aan het pluraliteitsvereiste is voldaan, dient derhalve steeds te worden onderzocht of de schuldenaar verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen (zie onder meer HR 7 september 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2743, NJ 2001/550 en HR 3 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM7811).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/11ca9ded1495815e722faebdd1ab86a08be26b2731a6b73afdfc0615a13f6a02. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 11ca9ded1495815e722faebdd1ab86a08be26b2731a6b73afdfc0615a13f6a02, en de alinea staat in dat document op bytes 31402 tot 32271.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/11ca9ded1495815e722faebdd1ab86a08be26b2731a6b73afdfc0615a13f6a02 | shasum -a 256