Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017
Onder 2.42 Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:413.
“3.5 De verzekeraars hebben aan hun vordering ten grondslag gelegd dat de brand (en daarmee de schade) is ontstaan door een gebrek in of aan de luchtdrukcompressor. Taliesin, WWR en CSM hebben dit ieder voor zich weersproken. Gelet op deze betwisting dragen de verzekeraars als partij die zich op de rechtsgevolgen van door haar gestelde feiten beroept, de bewijslast daarvan, tenzij uit enige bijzondere rechtsregel of de eisen van redelijkheid en billijkheid een andere verdeling van de bewijslast voortvloeit. Toepassing van deze laatste uitzondering kan slechts met terughoudendheid en onder bijzondere omstandigheden plaatsvinden. Het bestaan van bewijsnood is op zichzelf onvoldoende reden om de bewijslast om te keren op grond van de redelijkheid en billijkheid. Indien echter de partij die volgens de hoofdregel van artikel 129 Rv de bewijslast draagt in een onredelijk zware bewijspositie is geraakt door toedoen van de wederpartij, kan omkering van de bewijslast geboden zijn. Voorts kunnen de eisen van een goede procesorde meebrengen dat een verzwaarde stelplicht geldt voor die partij die in het bezit is van kennis of informatie waar de partij op wie de bewijslast rust niet over kan beschikken.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bf7732e5a00b7bcdd3d1617d640774fb3dfbedd80e07248ceada15c6034ae264. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bf7732e5a00b7bcdd3d1617d640774fb3dfbedd80e07248ceada15c6034ae264, en de alinea staat in dat document op bytes 62846 tot 64073.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bf7732e5a00b7bcdd3d1617d640774fb3dfbedd80e07248ceada15c6034ae264 | shasum -a 256