Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017
Onder 3.11 Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:413.
Onderdeel 1 van het middel richt zich tegen rov. 3.5 e.v. van het bestreden vonnis. Samengevat klaagt onderdeel 1 dat het hof ten onrechte slechts de stelling van Ennia c.s. heeft beoordeeld dat de brand en daarmee de schade zou zijn veroorzaakt door een defect aan de luchtdrukcompressor. Daarmee zou het hof hebben miskend dat het verweer van Taliesin c.s. dat de compressor deugdelijk was en dat de brand door een andere oorzaak is ontstaan als bevrijdend verweer moet worden gezien waarvan de bewijslast op Taliesin c.s. rust (verder hierna 3.13 e.v.). Onderdeel 2 richt zich eveneens tegen rov. 3.5 e.v., maar dan met de klacht dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat de bewijslast van genoemde stelling over het defect aan de luchtcompressor op Ennia c.s. rust. Ennia c.s. betogen in dat verband dat zij in hun bewijspositie zijn geschaad, doordat WWR de luchtdrukcompressor niet heeft bewaard en nader onderzoek daaraan heeft verhinderd. Volgens Ennia c.s. heeft het hof miskend dat deze omstandigheid een omkering van de bewijslast, althans een verzwaarde stelplicht voor WWR, kan rechtvaardigen en in dat verband had moeten worden meegewogen (verder hierna 3.20 e.v.). Onderdeel 3 bouwt in eerste instantie voort op de klachten van onderdelen 1 en 2 en klaagt dat het oordeel van het hof dat Ennia c.s. genoemde stelling over het defect aan de luchtcompressor dienden te bewijzen niet in stand kan blijven. Ennia c.s. bepleiten verder dat het hof het betoog over het ontbreken van veiligheidsmaatregelen en toezicht niet had mogen passeren met de overweging dat geen causaal verband met de brand is komen vast te staan. Volgens Ennia c.s. had het hof met toepassing van de omkeringsregel het bestaan van causaal verband (in de zin van condicio sine qua non-verband) tussen de gestelde normschendingen en het ontstaan van de schade (behoudens tegenbewijs) kunnen en moeten aannemen. Ook zou het hof ten onrechte voorbij zijn gegaan aan het aanbod van Ennia c.s. om getuige [getuige] te horen. Verder zou het hof niet hebben gerespondeerd op het beroep op art. 6:171, 6:76 en 6:173 jo. 6:181 BW als grondslagen voor aansprakelijkheid. Bovendien zou de overweging dat niet vaststaat wat de oorzaak van de brand is niet de integrale verwerping kunnen dragen van het betoog over het ontbreken van veiligheidsmaatregelen en toezicht (verder hierna 3.24 e.v.).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bf7732e5a00b7bcdd3d1617d640774fb3dfbedd80e07248ceada15c6034ae264. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bf7732e5a00b7bcdd3d1617d640774fb3dfbedd80e07248ceada15c6034ae264, en de alinea staat in dat document op bytes 77859 tot 80365.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bf7732e5a00b7bcdd3d1617d640774fb3dfbedd80e07248ceada15c6034ae264 | shasum -a 256