Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017
Onder 3.15 Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:413.
Bij de bespreking van dit onderdeel stel ik het volgende voorop. Op grond van de hoofdregel van bewijslastverdeling van art. 129 Rv Sint Maarten (die identiek is aan de hoofdregel van het Nederlandse art. 150 Rv) draagt de partij die zich beroept op de rechtsgevolgen van de door haar gestelde feiten of rechten de bewijslast van die feiten of rechten. Daaruit vloeit voort dat op de gedaagde de bewijslast rust van feiten waarmee hij zijnerzijds een eigen rechtsregel (zoals verjaring of eigen schuld) of rechtsgevolg (zoals de vervulling van een ontbindende voorwaarde ) inroept (hierna: zelfstandig of bevrijdend verweer). De gedaagde draagt echter niet de bewijslast van feiten die hij heeft gesteld in het kader van een betwisting van de stellingen die de eiser aan zijn vordering ten grondslag heeft gelegd (hierna: gemotiveerde betwisting).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bf7732e5a00b7bcdd3d1617d640774fb3dfbedd80e07248ceada15c6034ae264. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bf7732e5a00b7bcdd3d1617d640774fb3dfbedd80e07248ceada15c6034ae264, en de alinea staat in dat document op bytes 83977 tot 85028.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bf7732e5a00b7bcdd3d1617d640774fb3dfbedd80e07248ceada15c6034ae264 | shasum -a 256