Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017
Onder 3.31 Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:413.
In algemene zin stel ik bij de bespreking van dit subonderdeel het volgende voorop. Bij de beoordeling van een aanbod tot het leveren van getuigenbewijs in hoger beroep geldt, op grond van vaste rechtspraak van Uw Raad, dat een partij in hoger beroep tot getuigenbewijs moet worden toegelaten indien zij voldoende specifiek bewijs aanbiedt van feiten die tot beslissing van de zaak kunnen leiden. Indien reeds getuigen zijn gehoord of schriftelijke verklaringen van getuigen zijn overgelegd, zal de eis dat het bewijsaanbod voldoende specifiek en ter zake dienend moet zijn, kunnen meebrengen dat nader wordt aangegeven in hoeverre getuigen meer of anders kunnen verklaren dan zij al hebben gedaan. Een bewijsaanbod mag niet worden gepasseerd op grond van een verwachting over het resultaat van de aangeboden bewijslevering (kort gezegd: het ‘prognoseverbod’). Dat brengt mee dat de rechter niet reeds op grond van zijn waardering van de reeds afgelegde verklaringen of de inhoud van de schriftelijke verklaringen, aan een bewijsaanbod voorbij mag gaan, omdat hij daarmee ten onrechte vooruit zou lopen op het resultaat van de bewijsvoering die nog moet plaatsvinden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bf7732e5a00b7bcdd3d1617d640774fb3dfbedd80e07248ceada15c6034ae264. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bf7732e5a00b7bcdd3d1617d640774fb3dfbedd80e07248ceada15c6034ae264, en de alinea staat in dat document op bytes 104909 tot 106285.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bf7732e5a00b7bcdd3d1617d640774fb3dfbedd80e07248ceada15c6034ae264 | shasum -a 256