Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017

Onder 3.16 Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:414.

Uit deze passages is af te leiden dat de in verschillende wetsbepalingen opgenomen billijke vergoedingen die de rechter kan toekennen aan de werknemer, een zelfde ‘type’ vergoeding zijn. Dat betekent dat deze vergoedingen gemeenschappelijke kenmerken hebben. Uit wet en wetsgeschiedenis leid ik de volgende gemeenschappelijke kenmerken af. * De billijke vergoedingen hebben in de eerste plaats gemeen dat zij naast de transitievergoeding kunnen worden toegekend. Zij zijn daarvan echter niet van afhankelijk: ook indien er geen aanspraak bestaat op een transitievergoeding (art. 7:673 lid 7 BW), is het mogelijk dat een billijke vergoeding wordt toegekend. * Een tweede gemeenschappelijk kenmerk van de billijke vergoedingen is dat de vaststelling van de hoogte van de billijke vergoeding aan de rechter is overgelaten. De wet geeft niet aan hoe de billijke vergoeding moet worden berekend en er geldt geen minimum of maximum voor de hoogte van de billijke vergoeding. Op te merken is dat het toekennen van de vergoeding steeds berust op een 'kan-bepaling', maar dat het de vraag is of daaruit moet worden afgeleid dat voor alle billijke vergoedingen geldt dat de rechter ook zou kunnen beslissen om géén vergoeding toe te kennen. * Een derde gemeenschappelijk kenmerk – samenhangend met het tweede – is dat de billijke vergoeding situationeel bepaald is. Het is niet zo dat in bepaalde gevallen altijd aanspraak kan worden gemaakt op een billijke vergoeding en in andere gevallen nooit; alles hangt af van de specifieke feiten en omstandigheden van het geval. * Een vierde gemeenschappelijk kenmerk van de billijke vergoedingen is dat het in alle gevallen gaat om situaties waarin sprake is van ernstige verwijtbaar handelen van de werkgever. Voor enkele billijke vergoedingen is dit in de wet neergelegd; voor andere gevallen volgt het uit de wetssystematiek. Specifiek voor het onderhavige art. 7:681 BW vloeit dit voort uit de wet; de wet heeft hier reeds ‘invulling gegeven aan de ernstige verwijtbaarheid’, zoals het is uitgedrukt in de hiervoor onder 3.15 aangehaalde passage uit de wetsgeschiedenis.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/152ebb81621f8e4a98c7b01758e577798c19cebd54145bedf6fb06d5e2bab1cd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 152ebb81621f8e4a98c7b01758e577798c19cebd54145bedf6fb06d5e2bab1cd, en de alinea staat in dat document op bytes 42203 tot 44722.