Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017

Onder 3.38 Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:414.

Vervolgens rijst de vraag waarvóór de billijke vergoeding voor de werknemer een compensatie is. Uit de hiervoor aangehaalde passages uit de wetsgeschiedenis is af te leiden dat die compensatie primair ziet op een ‘vergoeding’ voor het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Steeds is immers benadrukt dat de hoogte van de vergoeding in relatie dient te staan tot het ernstig verwijtbare handelen of nalaten van de werkgever, en niet tot de gevolgen van het ontslag voor de werknemer. De billijke vergoeding biedt dus compensatie, vergoeding, voor de werknemer, die afhankelijk is van de mate van ernstige verwijtbaarheid van het handelen of nalaten van de werkgever. Daarmee is het de mate van ernstige verwijtbaarheid die de hoogte van de billijke vergoeding moet bepalen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/152ebb81621f8e4a98c7b01758e577798c19cebd54145bedf6fb06d5e2bab1cd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 152ebb81621f8e4a98c7b01758e577798c19cebd54145bedf6fb06d5e2bab1cd, en de alinea staat in dat document op bytes 84959 tot 85771.