Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017
Onder 3.39 Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:414.
Daarmee komt de billijke vergoeding van art. 7:681 BW heel dicht bij de strekking van de vergoeding van art. 7:681 (oud) BW. Zoals besproken onder 3.11 oordeelde de Hoge Raad in het arrest Rutten/Breed dat de vergoeding van art. 7:681 (oud) BW was gericht op het verschaffen van genoegdoening, ‘een pleister op de wonde’, die in overeenstemming is met de aard en de ernst van de tekortkoming van de werkgever. Ook de schadevergoeding op de voet van de voorganger van art. 7:681 (oud) BW, art. 1639s (oud) BW had deze strekking, zo volgt uit Rutten/Breed (rov. 3.5.5). Over die strekking overwoog de Hoge Raad in het arrest Schoonderwoert/Schoonderwoerd het volgende:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/152ebb81621f8e4a98c7b01758e577798c19cebd54145bedf6fb06d5e2bab1cd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 152ebb81621f8e4a98c7b01758e577798c19cebd54145bedf6fb06d5e2bab1cd, en de alinea staat in dat document op bytes 85872 tot 86724.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/152ebb81621f8e4a98c7b01758e577798c19cebd54145bedf6fb06d5e2bab1cd | shasum -a 256