Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017

Onder 3.46 Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:414.

“Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling in de billijke vergoeding tot uitdrukking te laten komen of het ontslag redelijk is mede in het licht van de gevolgen van het ontslag voor de werknemer. Deze zijn reeds verdisconteerd in de transitievergoeding. Uit de Kamerstukken blijkt echter dat die gevolgen wel degelijk een rol kunnen spelen bij de bepaling van de hoogte van die vergoeding. (…) De opmerkingen van de regering met betrekking tot art. 683 roepen de vraag op of ten aanzien van de billijke vergoeding niet in het algemeen als uitgangspunt zou moeten worden genomen dat deze gerelateerd dient te zijn aan de gevolgen van het verlies van de dienstbetrekking. Het gaat in de gevallen waarin de wet in de mogelijkheid van een dergelijke vergoeding voorziet immers als regel om situaties waarin de arbeidsovereenkomst niet beëindigd had mogen worden, maar continuering van de arbeidsrelatie niet mogelijk is omdat de werkgever zich ernstig verwijtbaar heeft gedragen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/152ebb81621f8e4a98c7b01758e577798c19cebd54145bedf6fb06d5e2bab1cd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 152ebb81621f8e4a98c7b01758e577798c19cebd54145bedf6fb06d5e2bab1cd, en de alinea staat in dat document op bytes 98121 tot 99344.