Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017

Onder 3.54 Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:414.

Ten slotte zou ik denken dat, wanneer de wetgever werkelijk voor ogen heeft gestaan om de billijke vergoeding in te zetten als sanctie voor de werkgever, dit uit de wettekst had moeten blijken. Zo is uit het begrip ‘verhoging’ bij niet tijdige betaling van het loon in art. 7:625 BW en de in de wet neergelegde wijze van berekening van die verhoging af te leiden dat dit bedrag het karakter van een sanctie heeft. Dat is dan ook een van de weinige voorbeelden die kunnen worden genoemd, want het stellen van privaatrechtelijke bestraffende sancties op handelen of nalaten is een zeldzaamheid in het Nederlandse privaatrecht. Dat is een reden temeer om niet aan één opmerking in de memorie van toelichting op te hangen dat de billijke vergoeding een bestraffend karakter heeft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/152ebb81621f8e4a98c7b01758e577798c19cebd54145bedf6fb06d5e2bab1cd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 152ebb81621f8e4a98c7b01758e577798c19cebd54145bedf6fb06d5e2bab1cd, en de alinea staat in dat document op bytes 109262 tot 110185.