Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017

Onder 4.1 Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:414.

In het eerste onderdeel van de aangevoerde cassatieklacht wordt primair aangevoerd dat het hof heeft miskend dat bij de begroting van de billijke vergoeding tot uitgangspunt moet worden genomen dat de billijke vergoeding een alternatief is voor vernietiging van de opzegging hetgeen in de begroting van de vergoeding tot uitdrukking dient te komen (randnr. 17 cassatiedagvaarding). Subsidiair wordt aangevoerd dat het hof met de benadering dat tot uitgangspunt moet worden genomen welk bedrag voor de werkgever een punitief en preventief effect heeft is miskend dat bij de begroting van de vergoeding veeleer centraal dient te staan welk bedrag in de omstandigheden van het geval billijk is voor de werknemer. Daarbij is opgemerkt dat de door het hof gekozen benadering leidt tot ongelijke behandeling tussen werknemers omdat de mate waarin de opgelegde vergoeding een afschrikwekkend karakter voor de werkgever heeft afhangt van de omvang en financiële draagkracht van de werkgever (randnr. 18). Meer subsidiair is betoogd dat bij de begroting alle omstandigheden van het geval in onderlinge samenhang betrokken dienen te worden en dat bij de integrale weging daarvan moet worden vastgesteld welk bedrag aan vergoeding een punitief en preventief effect heeft op de werkgever (randnr. 19). Uiterst subsidiair luidt de klacht als volgt. Voor zover de beslissing van het hof dat het punitief en preventief karakter uitgangspunt is, door het hof is miskend dat het zijn beslissing inzake de hoogte van de vergoeding deugdelijk moet motiveren, zodat de gedachtegang van het hof inzichtelijk is en in cassatie getoetst kan worden. Door zijn beslissing dat van een billijke vergoeding van € 4.000,- een preventief en punitief karakter uitgaat in het geheel niet toe te lichten is het oordeel van het hof onvoldoende gemotiveerd (randnr. 20). Voor zover rov. 5.9 zo moet worden begrepen dat het hof tot het bedrag van € 4.000,- is gekomen vanwege het feit dat [verzoekster] een dienstverband van een geringe omvang en een geringe loonaanspraak had, getuigt die benadering volgens het onderdeel van een geringe rechtsopvatting omdat het in de rede ligt om bij de bepaling van de vergoeding geen aansluiting te zoeken bij de omvang van het dienstverband en de loonaanspraak, omdat in dat geval bij werknemers met een relatief klein dienstverband de privaatrechtelijke straf voor ontslag in strijd met de wettelijke regels beduidend lager zal zijn dan bij een werknemer met een voltijds dienstverband (randnr. 21). In randnr. 22 wordt tot slot aangevoerd dat onvoldoende gemotiveerd is waarom een billijke vergoeding van € 4.000,- een voldoende punitief en preventief karakter heeft en ertoe zal leiden dat New Hairstyle vergelijkbaar gedrag in de toekomst achterwege zal laten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/152ebb81621f8e4a98c7b01758e577798c19cebd54145bedf6fb06d5e2bab1cd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 152ebb81621f8e4a98c7b01758e577798c19cebd54145bedf6fb06d5e2bab1cd, en de alinea staat in dat document op bytes 144842 tot 147820.