Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017
Onder 4.5 Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:414.
Gelet op wat hiervoor besproken is, wordt in de primaire rechtsklacht van onderdeel 1 terecht aangevoerd dat het hof zich bij het bepalen van de hoogte van de billijke vergoeding ten onrechte heeft beperkt tot het gezichtspunt dat de billijke vergoeding een punitief en afschrikwekkend karakter moet hebben (rov. 5.9). Noch uit de wet noch uit de wetsgeschiedenis is af te leiden dat dit hét bepalende gezichtspunt dient te zijn bij het begroten van de billijke vergoeding van art. 7:681 BW. In de wetsgeschiedenis is slechts overwogen dat ‘de werknemer dient te worden gecompenseerd, ook om dergelijk handelen of nalaten van de werkgever te voorkomen’. Daaruit is af te leiden dat het compenseren van de werknemer voorop moet staan bij de billijke vergoeding.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/152ebb81621f8e4a98c7b01758e577798c19cebd54145bedf6fb06d5e2bab1cd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 152ebb81621f8e4a98c7b01758e577798c19cebd54145bedf6fb06d5e2bab1cd, en de alinea staat in dat document op bytes 151583 tot 152466.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/152ebb81621f8e4a98c7b01758e577798c19cebd54145bedf6fb06d5e2bab1cd | shasum -a 256