Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017

Onder 3.11 Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:414.

“3.5.6 Hoewel de rechter dus een grote mate van vrijheid heeft bij de begroting van de schade, brengen hetgeen hiervoor is overwogen in 3.5.2 en de daaruit voortvloeiende aard van de aansprakelijkheid van de werkgever mee dat de rechter, zoals in het hiervoor genoemde arrest van 27 november 2009 is overwogen, zich in een geval als dit steeds nauwkeurig rekenschap dient te geven van de concrete omstandigheden en factoren die de hoogte van de vergoeding bepalen, en dat hij daarvan in zijn beslissing ook verantwoording dient af te leggen op zodanige wijze dat voldoende inzicht wordt gegeven in de afweging die tot de beslissing over de hoogte van de vergoeding heeft geleid. Hij moet de vergoeding dan ook relateren aan de aard en de ernst van het tekortschieten van de werkgever in zijn verplichting als goed werkgever te handelen en aan de daaruit voor de werknemer voortvloeiende (materiële en immateriële) nadelen.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/152ebb81621f8e4a98c7b01758e577798c19cebd54145bedf6fb06d5e2bab1cd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 152ebb81621f8e4a98c7b01758e577798c19cebd54145bedf6fb06d5e2bab1cd, en de alinea staat in dat document op bytes 32089 tot 33089.