Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2017

Onder 6.26 Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:417.

Met de introductie van art. 3:136, lid 3 en 6, Wet IB 2001 grijpt de wetgever naar mijn mening ten onrechte terug op [het Hongarije-arrest; A-G]. In casu oordeelde de Hoge Raad dat het terugnemen van een lijfrentepremieaftrek niet als inkomensbestanddeel in de zin van het belastingverdrag kan worden aangemerkt. Dit is een wezenlijk verschil met de heffing over pensioeninkomsten. De Hoge Raad heeft namelijk bepaald dat de verdragsbepalingen inzake de inkomsten uit (vroegere) arbeid een gesloten systeem vormen. De verkrijging van een pensioenaanspraak wordt aangemerkt als inkomensbestanddeel in de zin van art. 15 OESO-Modelverdrag en nadat de verkrijging onvoorwaardelijk is vrijgesteld, vallen inkomsten die uit de pensioenaanspraak voortvloeien onder de reikwijdte van art. 18 OESO-Modelverdrag. Aan het restartikel kan niet worden toegekomen voor wat betreft inkomsten die voortvloeien uit een pensioenaanspraak.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c14c7b6ece741dc8b14adbad3948e0182ed0a75c98551e64d5aca5824d092f6b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c14c7b6ece741dc8b14adbad3948e0182ed0a75c98551e64d5aca5824d092f6b, en de alinea staat in dat document op bytes 201250 tot 202185.