Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2017

Onder 9.50 Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:417.

In de zaak HR BNB 2011/160 is wederom een exitheffing ter zake van pensioen voorgelegd aan de Hoge Raad. In het nieuwe verdrag Nederland-België zijn uitzonderingen opgenomen op de hoofdregel dat de woonstaat heffingsbevoegd is ter zake van pensioenen en andere soortgelijke beloningen. Daardoor is op het moment van emigratie niet (altijd) te voorzien welk land bevoegd is om te heffen. De Hoge Raad oordeelde toen: “Wel hebben de in 4.4.1 bedoelde wettelijke voorschriften [artikel 3.83, lid 1 en 3.146, lid 3, Wet IB 2001; A-G] ook onder een bepaling als artikel 18 van het Verdrag tot gevolg dat ter gelegenheid van de emigratie van een belastingplichtige door Nederland wordt geheven over een voordeel dat potentieel ter heffing is toegewezen aan de nieuwe woonstaat.” De goede verdragstrouw belette echter niet dat Nederland – wegens emigratie van de belanghebbende naar België – een conserverende aanslag oplegde. De regeling zou wél in strijd met de goede trouw komen op het moment dat Nederland tot invordering zou overgaan in een geval waarin de heffingsbevoegdheid aan België toekomt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c14c7b6ece741dc8b14adbad3948e0182ed0a75c98551e64d5aca5824d092f6b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c14c7b6ece741dc8b14adbad3948e0182ed0a75c98551e64d5aca5824d092f6b, en de alinea staat in dat document op bytes 275626 tot 276908.