Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2017

Onder 9.53 Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:417.

Niet beslissend is voor eventuele strijd met de goede trouw of op nationaal niveau een fictie nodig is om heffingsbevoegdheden te behouden of te verkrijgen, doch wel of dit op verdragsniveau wordt beschouwd als het naar zich toetrekken van heffingsbevoegdheden waarmee de verdragswerking eenzijdig wordt gewijzigd. Zonder herkwalificatie en fictief genietingstijdstip (artikel 3.146, lid 6, Wet IB 2001) zou Nederland op verdragsniveau in ieder geval niet kunnen heffen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c14c7b6ece741dc8b14adbad3948e0182ed0a75c98551e64d5aca5824d092f6b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c14c7b6ece741dc8b14adbad3948e0182ed0a75c98551e64d5aca5824d092f6b, en de alinea staat in dat document op bytes 279500 tot 280111.