Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2017
Onder 2.4 Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2017, ECLI:NL:PHR:2017:419.
Zo bepaalt art. 358 lid 2 Rv, voor zover thans van belang, dat door de verzoeker en door de in de procedure verschenen belanghebbenden het hoger beroep moet worden ingesteld binnen drie maanden , te rekenen van de dag van de uitspraak . Art. 806 lid 1 onder a Rv schrijft daarentegen voor dat in zaken betreffende het personen- en familierecht (niet scheidingszaken) door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden binnen drie maanden , na de dag van de uitspraak hoger beroep kan worden ingesteld. Art. 339 lid 1 Rv bevat de formulering drie maanden , te rekenen van de dag van de uitspraak van het vonnis (na inwerkingtreding van KEI aangevuld met de zinsnede: dan wel de dag van de mondelinge uitspraak als bedoeld in art. 30p ) , terwijl in pachtzaken op de voet van art. 1019o lid 2 Rv de appeltermijn een maand , na de dag van de uitspraak bedraagt. Met betrekking tot de termijn van het instellen van cassatieberoep ten slotte spreken de art. 402 lid 1 en 426 lid 1 Rv, net als art. 358 lid 2 Rv over binnen drie maanden , te rekenen van de dag van de uitspraak.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c7d16f95929ba6cffb3290e5b8145d935f614b823fb529ceadea71c89d4d854b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c7d16f95929ba6cffb3290e5b8145d935f614b823fb529ceadea71c89d4d854b, en de alinea staat in dat document op bytes 9446 tot 10827.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c7d16f95929ba6cffb3290e5b8145d935f614b823fb529ceadea71c89d4d854b | shasum -a 256