Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2017
Onder 2.6. Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2017, ECLI:NL:PHR:2017:428.
Deze opvatting, volgens welke een partij in de uitvoering van de overeenkomst tegenover een nauw betrokken derde zeer wel onrechtmatig kan handelen ook zónder dat zij tegenover haar contractuele wederpartij tekortschiet, vindt bovendien brede steun in de literatuur. Zoals Vranken het formuleert (waarbij A en B staan voor de contractspartijen en C voor de derde): ‘Waar het om gaat, is dat de belangen van A, B en C (en verder) in hun onderlinge betrokkenheid worden gewaardeerd en gekwalificeerd’.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/52d65b7df5ea4fa4e4ac6e9962a0982f9c37efa171e1b20a24a9a3ef69e8bd9c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 52d65b7df5ea4fa4e4ac6e9962a0982f9c37efa171e1b20a24a9a3ef69e8bd9c, en de alinea staat in dat document op bytes 22201 tot 22846.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/52d65b7df5ea4fa4e4ac6e9962a0982f9c37efa171e1b20a24a9a3ef69e8bd9c | shasum -a 256