Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2017

Onder 4.9.4. Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2017, ECLI:NL:PHR:2017:428.

Ingevolge vaste rechtspraak van de Hoge Raad is het handelen met iemand terwijl men weet dat deze laatste door dat handelen een door hem met een derde gesloten overeenkomst schendt, op zichzelf jegens die derde niet onrechtmatig. Van onrechtmatigheid is pas sprake indien die aangesproken partij weet of behoort te weten dat zijn wederpartij door het sluiten van de desbetreffende overeenkomst, kort gezegd, wanprestatie pleegt jegens een derde, en bovendien sprake is van bijkomende omstandigheden (zie o.a. HR 26 januari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ1084 en vgl. HR 28 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:740).’

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/52d65b7df5ea4fa4e4ac6e9962a0982f9c37efa171e1b20a24a9a3ef69e8bd9c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 52d65b7df5ea4fa4e4ac6e9962a0982f9c37efa171e1b20a24a9a3ef69e8bd9c, en de alinea staat in dat document op bytes 29440 tot 30055.