Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2017

Onder 4.27 Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:43.

Subonderdeel 2.3 verdedigt dat onbegrijpelijk is waarom het hof aan het gerechtvaardigd vertrouwen van Hofstad c.s. een sterkere bescherming toekent dan aan het gerechtvaardigd vertrouwen waarin Zürich indertijd het ter leen verstrekte bedrag ten behoeve van Rixtel ter beschikking heeft gesteld voor de financiering van een andere transactie dan waarvoor het bedrag thans is aangewend. Ook deze klacht treft geen doel. Art. 25 lid 6 Wna voorziet immers in een bescherming van een derde te goeder trouw in de specifieke situatie waarop deze bepaling ziet. Zij berust niet op een afweging met het (overigens op iets anders betrekking hebbend) gerechtvaardigd vertrouwen van de partij (zoals hier Zürich) wier opdracht door de notaris is veronachtzaamd. Het betoog van Zürich dat Rixtel haar met medewerking van de notaris zou hebben opgelicht (repliek in cassatie randnummer 9) raakt – zo al juist – de goede trouw en het gerechtvaardigd vertrouwen van Hofstad c.s. niet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8da86152ce0d88294c379767c7ec7a9c66e7a0a5d8b49f4b16029f6cf050aecd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8da86152ce0d88294c379767c7ec7a9c66e7a0a5d8b49f4b16029f6cf050aecd, en de alinea staat in dat document op bytes 78799 tot 79835.