Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2017

Onder 2.7 Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:43.

Op 31 juli 2012 heeft Zürich een incidentele memorie tot tussenkomst ingediend. Zürich stelt dat zij rechthebbende is op het restantbedrag dat nog in depot staat bij de notaris. Zürich heeft daartoe onder meer verwezen naar een arrest van Uw Raad van 20 december 2002 over de verhouding tussen Zürich en de notaris. Daarin is het oordeel van het hof dat de notaris niet onzorgvuldig heeft gehandeld jegens Zürich onjuist althans onbegrijpelijk geacht (rov. 3.5.2). Volgens Uw Raad is het oordeel van het hof onbegrijpelijk als dit inhoudt dat in redelijkheid geen twijfel kon bestaan over de opdracht van Zürich. Het oordeel is onjuist wanneer het hof ervan uit is gegaan dat de notaris bij zodanige twijfel geen nadere informatie behoeft in te winnen. Het arrest is overgelegd als productie 6 bij de memorie van antwoord van Hofstad c.s. in het incident tot tussenkomst.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8da86152ce0d88294c379767c7ec7a9c66e7a0a5d8b49f4b16029f6cf050aecd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8da86152ce0d88294c379767c7ec7a9c66e7a0a5d8b49f4b16029f6cf050aecd, en de alinea staat in dat document op bytes 18993 tot 19948.