Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2017

Onder 2.8 Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:43.

Bij tussenarrest van 20 november 2012 heeft het hof Den Haag Zürich toegelaten als tussenkomende partij. Op 5 februari 2013 heeft Zürich een memorie van grieven na tussenkomst genomen. Zürich heeft een verklaring voor recht gevorderd dat het depotbedrag aan haar toebehoort en dat Rixtel en Hofstad c.s. de notaris binnen 14 dagen na dagtekening van het arrest toestemming dienen te verlenen om het depotbedrag aan Zürich uit te keren, een en ander onder verbeurte van een dwangsom voor iedere dag dat Rixtel en Hofstad c.s. nalaten die toestemming te verlenen. Zürich stelt onder meer een goederenrechtelijke aanspraak te hebben op het van haar afkomstige depotbedrag. Volgens haar hebben de andere betrokkenen geen sterkere aanspraak op het depotbedrag dan zij (arrest 13 oktober 2015, rov. 49.).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8da86152ce0d88294c379767c7ec7a9c66e7a0a5d8b49f4b16029f6cf050aecd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8da86152ce0d88294c379767c7ec7a9c66e7a0a5d8b49f4b16029f6cf050aecd, en de alinea staat in dat document op bytes 20027 tot 20908.