Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2017

Onder 2.14 Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:43.

In rov. 46.-55. heeft het hof de procedure tot tussenkomst beoordeeld. Rov. 46.-47. bevatten een weergave van de vordering van Zürich en hetgeen Zürich daaraan ten grondslag heeft gelegd. In rov. 49. en 50. heeft het hof de strekking van de tweede en derde grief weergegeven. Deze grieven strekken ten betoge dat het depotbedrag aan Zürich toekomt. In rov. 50. heeft het hof overwogen dat Rixtel zich bij dat standpunt heeft aangesloten en dat Hofstad c.s. verweer hebben gevoerd. Naar het oordeel van het hof in rov. 51. en 52. is het depotbedrag door de storting op de depotrekening voorwaardelijk, namelijk tot aan het restantbedrag van de nog definitief vast te stellen koopsom met rente, tot het vermogen van Hofstad gaan behoren en uit het vermogen van Zürich geraakt. Het hof heeft in dat verband overwogen als volgt:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8da86152ce0d88294c379767c7ec7a9c66e7a0a5d8b49f4b16029f6cf050aecd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8da86152ce0d88294c379767c7ec7a9c66e7a0a5d8b49f4b16029f6cf050aecd, en de alinea staat in dat document op bytes 23678 tot 24520.