Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2017
Onder 3.4 Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:43.
Naar aanleiding van het arrest Slis-Stroom en het wetsontwerp uit 1993 is in de literatuur uitvoerig gedebatteerd over de juridische duiding van de (algemene en bijzondere) notariële kwaliteitsrekening. In de literatuur zijn twee stromingen ontstaan. Enerzijds wordt verdedigd dat de rekeninghouder (in deze context dus de notaris) rechthebbende is op de vordering op de bank uit de kwaliteitsrekening, maar dat deze vordering niet vatbaar is voor verhaal door schuldeisers van het notariskantoor. Anderzijds wordt bepleit dat de stortende partij, hierna ook: ‘solvent’, en de beoogde ontvanger, hierna ook ‘accipiënt’, (voorwaardelijk) rechthebbenden op de vordering uit de kwaliteitsrekening zijn. Ook in deze opvatting worden de rechthebbenden niet geraakt door een deconfiture van het notariskantoor. Wel kunnen de eigen schuldeisers van een rechthebbende zich dan verhalen op de (voorwaardelijke) aanspraak van de betreffende rechthebbende op de vordering uit de kwaliteitsrekening.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8da86152ce0d88294c379767c7ec7a9c66e7a0a5d8b49f4b16029f6cf050aecd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8da86152ce0d88294c379767c7ec7a9c66e7a0a5d8b49f4b16029f6cf050aecd, en de alinea staat in dat document op bytes 35120 tot 36323.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8da86152ce0d88294c379767c7ec7a9c66e7a0a5d8b49f4b16029f6cf050aecd | shasum -a 256