Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2017
Onder 3.8 Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:43.
De wettelijke regeling dat het vorderingsrecht op de algemene notariële kwaliteitsrekening toekomt aan de gezamenlijke rechthebbenden wordt in de literatuur zowel bestreden als verdedigd. Kern van de kritiek is (1) dat er geen contractuele relatie bestaat tussen de (gezamenlijke) rechthebbenden en de bank en (2) dat de vordering op de bank een onvoorwaardelijk karakter heeft, terwijl de aanspraak van iedere rechthebbende naar zijn aard voorwaardelijk is. De vergelijking met lastgeving zou niet opgaan aangezien lastgeving in beginsel eindigt door de dood of het faillissement van de lastgever (art. 7:422 BW). In zoverre wijkt de rechtsfiguur van lastgeving af van de regeling in art. 25 Wna. Op grond van deze regeling blijft de bevoegdheid van de notaris om over de algemene kwaliteitsrekening te beschikken in het geval van dood of faillissement van een (voorwaardelijk) rechthebbende immers in stand.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8da86152ce0d88294c379767c7ec7a9c66e7a0a5d8b49f4b16029f6cf050aecd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8da86152ce0d88294c379767c7ec7a9c66e7a0a5d8b49f4b16029f6cf050aecd, en de alinea staat in dat document op bytes 42042 tot 43094.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8da86152ce0d88294c379767c7ec7a9c66e7a0a5d8b49f4b16029f6cf050aecd | shasum -a 256