Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2017

Onder 3.15 Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:43.

“3.4.2 (...) Zoals de Hoge Raad heeft beslist in zijn arrest van 12 januari 2001, LJN AA9441, NJ 2002/371 (mr. Koren q.q./mr. Tekstra q.q.), volgt uit art. 25 voornoemd dat de notaris als lasthebber van de gerechtigden tegenover de kredietinstelling bij uitsluiting bevoegd is tot het beheer en de beschikking over de kwaliteitsrekening, dat rechthebbenden op het saldo van die rekening degenen zijn ten behoeve van wie gelden op die rekening zijn bijgeschreven, onder de voorwaarden die in hun onderlinge verhouding nader gelden, en dat tussen deze rechthebbenden met betrekking tot die gelden een gemeenschap bestaat als bedoeld in art. 3:166 lid 1 BW. De gezamenlijke rechthebbenden hebben als deelgenoten bij de verdeling van deze gemeenschap een voorwaardelijk recht op toedeling van de door de notaris beheerde vordering op de kredietinstelling. Wordt een van de deelgenoten failliet verklaard, dan brengt het beginsel dat de curator vermogensrechtelijk dezelfde positie inneemt als de gefailleerde ten opzichte van zijn wederpartij had of zou hebben gehad, mee dat het voorwaardelijk recht dat aan de deelgenoot toekwam in diens faillissement valt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8da86152ce0d88294c379767c7ec7a9c66e7a0a5d8b49f4b16029f6cf050aecd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8da86152ce0d88294c379767c7ec7a9c66e7a0a5d8b49f4b16029f6cf050aecd, en de alinea staat in dat document op bytes 50936 tot 52106.