Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2017

Onder 2.18 Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2017, ECLI:NL:PHR:2017:430.

14. Het hof overweegt dat de aanname van [eiser] in januari 2010 dat hij het door hem in escrow gestorte bedrag van € 240.000,- terug zou krijgen als de deal met [betrokkene 2] niet door zou gaan, in beginsel terecht was. Het bedrag stond immers in escrow, en kon slechts worden vrijgegeven na schriftelijke opdracht daartoe van de stichting derdengelden [betrokkene 4] . Voor zover [eiser] [verweerder 2] op dit punt een verwijt maakt, wordt dit daarom verworpen. De situatie veranderde echter na de overboeking van het geld naar de advocaat van [betrokkene 2] op 20 april 2010, toen de storting in escrow werd omgezet in een aanbetaling van 10% van de overeengekomen koopsom. Uit de verklaring van mr. Reijnen volgt dat deze wijziging met [eiser] is besproken, en dat hij hiermee akkoord was. [eiser] heeft weliswaar betwist dat mr. Reijnen hem op dit punt heeft geadviseerd, maar betwist niet dat hij akkoord is gegaan met de overboeking van het geld vanaf de escrow-rekening naar de bankrekening van de advocaat van [betrokkene 2] . [eiser] erkent dat [betrokkene 1] hem op 13 april 2010 heeft gebeld vanuit Kenia, met de mededeling dat [betrokkene 2] een aanbetaling van € 295.000,- eiste, zodat het bedrag van € 240.000,- dat in escrow stond naar [betrokkene 2] moest worden overgeboekt. [eiser] erkent eveneens dat hij mr. Reijnen vervolgens enkele seconden aan de telefoon heeft gehad, en dat voor hem enkel van belang was dat de financiering rond was. Hij verwijt [verweerder 2] dat deze hem niet heeft gewaarschuwd dat dit nog niet het geval was, en dat [eiser] dus een risico liep dat hij het geld niet terug zou krijgen. Het hof verwerpt dit verwijt. Uit zowel de verklaring van mr. Reijnen als uit de eigen stellingen van [eiser] blijkt dat [betrokkene 1] (naar zijn zeggen) ten tijde van het bezoek aan Kenia reeds vergevorderde onderhandelingen voerde met [betrokkene 6] over de financiering van de overname, dat [betrokkene 1] vanuit Kenia contact heeft gehad met (naar op dat moment door iedereen werd aangenomen) [betrokkene 6] over de financiering, en dat [betrokkene 6] volgens [betrokkene 1] hiermee akkoord zou zijn. De aanname van [eiser] dat de financiering rond was, is derhalve gebaseerd op mededelingen van [betrokkene 1] . Het verwijt van [eiser] dat [verweerder 2] , na terugkeer in Nederland, geen contact heeft opgenomen met [eiser] om verslag te doen van de gesprekken in Kenia en om de stand van de financiering te bespreken is niet terecht, het hof verwijst naar het verslag van [verweerder 2] van 23 april 2010 van besprekingen van (naar het hof uit het verslag begrijpt) eerder die week tussen [eiser] , [betrokkene 1] , [betrokkene 3] en [verweerder 2] (productie 37 bij Aantekeningen comparitie van partijen aan de zijde van [eiser] ) waarin onder meer is vermeld:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/03ba24936f97584d3fa7f9ddb2ffb55f04db176c11740e2288a3ae7b101b7005. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 03ba24936f97584d3fa7f9ddb2ffb55f04db176c11740e2288a3ae7b101b7005, en de alinea staat in dat document op bytes 46075 tot 48897.