Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 april 2017

Onder 4.10. Parket bij de Hoge Raad 18 april 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:435.

Waar brengt ons dat in de onderhavige zaak? Uit het voorgaande blijkt in ieder geval dat het opzet bij een delict als ‘mishandeling’ moet worden uitgedrukt in de tenlastelegging, hetzij door het woord zelf daarin op te nemen, hetzij door een omschrijving op te nemen waarin het opzet is opgesloten. Het hof heeft de tenlastegelegde en bewezenverklaarde gedragingen die zijn opgenomen na de woorden “heeft mishandeld door”, in het bijzonder “het slaan en aan de haren de trap af te slepen” van het slachtoffer, naar ik meen zonder meer kunnen opvatten als gedragingen die naar algemeen spraakgebruik opzet op mishandeling uitdrukken. Anders dan bijvoorbeeld vernieling , kan “slaan” en “aan de haren de trap af slepen” naar algemeen spraakgebruik immers niet anders dan met opzet (op het toebrengen van pijn of letsel), in ieder geval in voorwaardelijke vorm, geschieden. Zo oordeelde de Hoge Raad reeds in 1934 over het slaan ofwel het geven van een klap “dat uit het bewezen feit, dat requirant op H. afkwam en hem toen een pijnlijken klap op den schouder gaf, het voor mishandeling vereischte opzet kan worden afgeleid.” In de onderhavige zaak ligt het mijns inziens net zo: het vereiste opzet kan uit het slaan enz. worden afgeleid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db3057c3fec97ae44ec6e71bbfcbedb4648c9e448180b5c5e01d7b15f6bb5572. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db3057c3fec97ae44ec6e71bbfcbedb4648c9e448180b5c5e01d7b15f6bb5572, en de alinea staat in dat document op bytes 16312 tot 17811.