Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 april 2017
Onder 6.4. Parket bij de Hoge Raad 18 april 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:436.
A: Ik herken deze overeenkomst en ik herken ook mijn handtekening die eronder staat. Ik heb de woning gehuurd op verzoek van iemand die een ruimte zocht voor een aantal mensen. Deze persoon heet [verdachte] en komt uit Arnhem. De achternaam van [verdachte] is [verdachte]. Ik herken hem nu ook van de foto op bijlage D413 die u mij nu toont (hof: de foto te zien op bijlage D413 betreft een foto van verdachte) . [verdachte] gaf mij aan dat de woning voor een periode van drie tot vier maanden gehuurd moest worden. [verdachte] gaf aan dat hij de woning niet op naam kon huren omdat hij een aantal problemen had.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4ae502b2f631a96145146f46d682afb0cb282a5f00d622018286cc108757b819. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4ae502b2f631a96145146f46d682afb0cb282a5f00d622018286cc108757b819, en de alinea staat in dat document op bytes 32217 tot 32911.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4ae502b2f631a96145146f46d682afb0cb282a5f00d622018286cc108757b819 | shasum -a 256