Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 april 2017

Onder 4.6. Parket bij de Hoge Raad 18 april 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:446.

Daarnaast merk ik nog op dat de onderhavige zaak verschilt van de onlangs door de Hoge Raad gewezen arresten in de verschoningsrechtzaken HR 25 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2418 en HR 8 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2537, in die zin dat het in die beide zaken ging om een verschoningsgerechtigde advocaat die zich met betrekking tot de onder hem inbeslaggenomen digitale bestanden/gegevensdragers op zijn verschoningsrecht had beroepen. De advocaat had wetenschap van de inhoud van de inbeslaggenomen stukken en gelet op hetgeen daaromtrent door hem naar voren was gebracht, diende te worden uitgezocht of sprake was van geheimhouderstukken. De Hoge Raad oordeelde dat in een dergelijk geval, waarin een beroep op het verschoningsrecht wordt gedaan door de advocaat zelf en de rechter-commissaris (nog) niet heeft beslist op het inbeslaggenomene, de rechtbank de behandeling van het klaagschrift had dienen aan te houden en vervolgens de stukken in handen van de rechter-commissaris had moeten stellen teneinde een beschikking te geven als in art. 98 lid 1 Sv bedoeld. De zaken zijn om die reden teruggewezen naar de rechtbank.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c3cfc41d501ba83a6af357e959621410335fba3197a538d52fb163f052fec6b9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c3cfc41d501ba83a6af357e959621410335fba3197a538d52fb163f052fec6b9, en de alinea staat in dat document op bytes 14082 tot 15225.