Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 april 2017

Onder 4.6. Parket bij de Hoge Raad 18 april 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:446.

In de onderhavige zaak is sprake van een niet-(afgeleid) verschoningsgerechtigde klager, aan wie niet om die reden een beroep op een verschoningsrecht toekomt. Van de juistheid van het oordeel van de beslagene dat bepaalde stukken onder enig verschoningsrecht vallen behoeft mijns inziens niet zonder meer te worden uitgegaan. Daarvoor is een zekere onderbouwing vereist. Dat de processuele positie dan anders (in zekere zin ‘zwakker’) ligt dan bij de geheimhouder zelf lijkt mij evident maar onvermijdelijk. Nu de rechtbank, bij gebrek aan nadere onderbouwing, heeft geoordeeld dat in casu van geheimhouderstukken niet is gebleken, stuit het middel reeds daarop af.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c3cfc41d501ba83a6af357e959621410335fba3197a538d52fb163f052fec6b9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c3cfc41d501ba83a6af357e959621410335fba3197a538d52fb163f052fec6b9, en de alinea staat in dat document op bytes 15235 tot 15920.