Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 april 2017

Onder 5.5. Parket bij de Hoge Raad 18 april 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:446.

Uit de hiervoor onder 5.3 weergegeven overwegingen van de rechtbank kan echter worden afgeleid dat de rechtbank het niet aannemelijk heeft geacht dat er een foto is gemaakt van een geheimhouderstuk, zoals namens de klager is gesteld. Met name gelet op het feit dat het betoog van de raadsvrouw ten aanzien van de bedoelde brief niet is voorzien van enige onderbouwing, acht ik dat oordeel niet onbegrijpelijk, ook niet in het licht van hetgeen door de rechter-commissaris in het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming van 19 februari 2015 is vermeld. De enkele constatering dat een brief afkomstig is van een (Duitse) advocaat (terwijl de inhoud of strekking daarvan volstrekt onduidelijk blijft) is onvoldoende om die brief te beschouwen als een geheimhouderstuk. De bewoordingen van de rechter-commissaris ten aanzien van de brief zijn mijns inziens dusdanig algemeen dat de rechtbank daarin dus - evenmin als in het in raadkamer aangevoerde - aanleiding had behoren te vinden om de brief als een geheimhouderstuk aan te merken. Overigens sluit het vorenstaande aan bij het oordeel van de rechtbank dat ten aanzien van de inbeslaggenomen stukken niet is gebleken van geheimhouderstukken. Reeds hiervoor onder 4 heb ik uiteengezet dat en waarom dat oordeel van de rechtbank niet onbegrijpelijk is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c3cfc41d501ba83a6af357e959621410335fba3197a538d52fb163f052fec6b9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c3cfc41d501ba83a6af357e959621410335fba3197a538d52fb163f052fec6b9, en de alinea staat in dat document op bytes 19813 tot 21136.