Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2017
Onder 2.8 Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:45.
Op 31 juli 2012 heeft Zürich een incidentele memorie tot tussenkomst ingediend. Zürich stelt dat zij rechthebbende is op het restantbedrag dat nog in depot staat bij de notaris. Bij tussenarrest van 20 november 2012 is Zürich toegelaten als tussenkomende partij. Het hof heeft in deze procedure voor recht verklaard dat, nadat van het depotbedrag het nog niet betaalde gedeelte van de koopsom met de daarover gekweekte rente is voldaan, het resterende bedrag aan Zürich toekomt. Deze tussenkomst komt in de cassatiezaak met nummer 16/00299 aan de orde en laat ik hier dus buiten beschouwing.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7e10b860be0f0cf8e3ef45245911b9a564b33c42643d129e44702da649c18de8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7e10b860be0f0cf8e3ef45245911b9a564b33c42643d129e44702da649c18de8, en de alinea staat in dat document op bytes 18052 tot 18661.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7e10b860be0f0cf8e3ef45245911b9a564b33c42643d129e44702da649c18de8 | shasum -a 256