Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 mei 2017

Onder 3.4 Parket bij de Hoge Raad 18 mei 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 mei 2017, ECLI:NL:PHR:2017:456.

Onderdeel (ii) : de door het Hof veronderstelde discrepantie tussen wettekst en bedoeling van de wetgever bestaat niet. Uit de door het Hof geciteerde parlementaire geschiedenis blijkt zo’n discrepantie niet. De regering stelde voor om liquidatieverliesaftrek te beperken om te voorkomen dat verliezen op deelnemingen van de tussenholding bij liquidatie van de tussenholding kunnen worden afgetrokken. De tekst van art. 13d(4) Wet Vpb voorziet daarin, maar alleen voor zover de deelneming van de geliquideerde tussenhoudster gedurende de bezitsperiode in waarde is gedaald. Door de passage “sedert de verkrijging van de deelneming in het ontbonden lichaam” in art. 13d(4) Wet Vpb heeft de wetgever bij de bepaling van mogelijke waardedaling van deelnemingen van de tussenhoudster gekozen voor aansluiting bij de tijdsspanne waarin de belastingplichtige deelnam in de tussenhoudster. Dat [J] AG daaraan voorafgaand in waarde is gedaald, biedt dus geenszins grond voor afwijking van de door de wetgever gekozen periode met een beroep op zijn bedoeling (zie HR 24 januari 1996, nr. 29 954, BNB 1996/138). Dat de wetgever wilde aansluiten bij de periode na verkrijging van [D BV] blijkt ook daaruit dat de wetgever de wettekst niet heeft aangepast hoewel de literatuur er al geruime tijd geleden op wees dat een deelnemingsverlies voorafgaande aan de verkrijging van de deelneming in een ontbonden lichaam kan leiden tot een hoger liquidatieverlies. Ook het Hof heeft daarop gewezen (r.o. 4.7.6). De wetgever heeft dat gevolg van de door hem gekozen tekst dus willen aanvaarden. In elk geval moet dat gevolg voor zijn rekening blijven en niet, in strijd met de rechtszekerheid, aan de belanghebbende worden tegengeworpen. ‘s Hofs verruiming van art. 13d(4) Wet Vpb buiten zijn tekst kan voorts onvoorziene en contrarationele gevolgen hebben. De belanghebbende geeft een rekenvoorbeeld van ongewenste gevolgen, waarin ’s Hofs benadering ertoe leidt dat door de tussenhoudster zelf geleden operationele verliezen niet kunnen worden genomen bij haar liquidatie, zulks in strijd met de ratio van de regeling. Tijdens de parlementaire behandeling is geen aandacht besteed aan dergelijke haaks op de ratio van de liquidatieverliesregeling staande gevolgen. Evenmin is een anticumulatiebepaling ter sprake gekomen. De wetgever heeft toepassing van art. 13d(4) Wet Vpb buiten diens tekst dus niet beoogd, althans daarvan blijkt niets. Het kan niet zo zijn dat louter op basis van de mathematische uitkomst van geval tot geval wordt bepaald of de wettekst of ‘s Hofs uitbreiding van art. 13d(4) Wet Vpb wordt gevolgd, want dat schendt niet alleen de rechtszekerheid doordat het tot willekeur leidt, maar plaatst ook de rechter op de stoel van de wetgever.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d908940213e446e1b805b676f1ad081f2dab9b31317989f9bbcfd7c89c0b436b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d908940213e446e1b805b676f1ad081f2dab9b31317989f9bbcfd7c89c0b436b, en de alinea staat in dat document op bytes 54768 tot 57682.