Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2017

Onder 4.21 Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2017, ECLI:NL:PHR:2017:457.

2. Een vraag die daarbij telkens rijst, is of de belastingplichtige al op het moment van de handeling het pleitbare standpunt moet hebben gehad, of dat hij (veel) later nog verdedigbare fiscale argumenten voor zijn handelen mag aandragen. In de zuiver objectieve leer wordt geabstraheerd van de beweegredenen van de belastingplichtige bij het verrichten van de beboete handeling en wordt enkel getoetst of voor het standpunt van de belastingplichtige zodanige argumenten zijn aan te voeren dat niet kan worden gezegd dat belastingplichtige door bedoeld standpunt in te nemen dermate lichtvaardig heeft gehandeld dat het aan zijn opzet of grove schuld is te wijten dat van hem te weinig belasting is geheven. Met de toepassing van een objectieve toets wordt bereikt dat een belastingplichtige die al dan niet bewust een onjuist standpunt inneemt, gelijk wordt behandeld als een belastingplichtige die op basis van verdedigbare fiscale argumenten hetzelfde onjuiste standpunt inneemt. In de objectieve leer wordt daardoor de complexiteit van de fiscale wetgeving niet tegengeworpen aan de belastingplichtige, zelfs als de belastingplichtige grof schuldig of opzettelijk onjuist handelt zonder te beseffen dat voor zijn handelen fiscale argumenten bestaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/feda9bf81b213173b2bff861c1569b232f0e988b731287fc66d3f25b974ba9d9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt feda9bf81b213173b2bff861c1569b232f0e988b731287fc66d3f25b974ba9d9, en de alinea staat in dat document op bytes 109218 tot 110485.