Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2017

Onder 4.32 Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2017, ECLI:NL:PHR:2017:457.

Het fiscale procesrecht kent het leerstuk van het pleitbare standpunt, het standpunt dat naar zijn juridische merites bezien (en aangenomen dat het op een correcte weergave van de feiten berust) zozeer verdedigbaar genoemd kan worden dat de belanghebbende daar redelijkerwijs vanuit mocht gaan. Het aannemelijk worden van zo een pleitbaar standpunt brengt mee dat niet aan opzet of grove schuld te wijten is dat te weinig belasting werd geheven. In het beslissingsschema van de strafrechter is dit leerstuk een beetje lastig te plaatsen. Dat is met name het geval omdat de vraag of het standpunt pleitbaar genoemd kan worden in de fiscale rechtspraak zo veel mogelijk naar objectieve maatstaven wordt beantwoord. Die benadering leidt al snel tot een beoordeling ‘ex nunc’. De situatie zou zich kunnen voordoen dat de belanghebbende feiten simpelweg heeft verzwegen en pas bij de behandeling van het bezwaar of beroep tegen de (navorderings)aanslag op de hoogte komt van een gezaghebbende uitlating waaruit volgt dat de verzwegen feiten helemaal niet vermeld behoefden te worden. In een objectieve benadering is een beroep op ‘pleitbaar standpunt’ in die situatie niet bij voorbaat kansloos. De strafrechter zal daarentegen, geconfronteerd met de stelling dat de verdachte mocht afgaan op een publicatie of aanbeveling, een subjectiever begrip van ‘opzet’ hanteren. Zijn benadering is in deze context ‘ex tunc’. Bepalend is of de verdachte ten tijde van het doen van de aangifte meende, en redelijkerwijs kon menen, dat de wijze waarop hij de aangifte deed toelaatbaar is. Indien moet worden vastgesteld dat de verdachte op dat moment niet in die veronderstelling verkeerde, stuit het verweer daarop zeker af. Dit laat overigens onverlet dat uit het gedrag van de verdachte/belastingplichtige nadat de aangifte is gedaan kan worden afgeleid dat hij bij het indienen ervan niet het opzet had om een onjuiste voorstelling van zaken te geven. Zien wij het goed, dan volgt de belastingkamer van de Hoge Raad als het om (vergrijp)boeten gaat, ook al enige tijd een meer subjectieve, en (dus) op het tijdstip van de aangifte toegesneden, benadering van pleitbaar standpunt verweren. Onderzocht moet worden of belanghebbende door het (beweerdelijk) volgen van het door een ander ingenomen standpunt dermate lichtvaardig heeft gehandeld dat het aan zijn grove schuld is te weten dat te weinig belasting is geheven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/feda9bf81b213173b2bff861c1569b232f0e988b731287fc66d3f25b974ba9d9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt feda9bf81b213173b2bff861c1569b232f0e988b731287fc66d3f25b974ba9d9, en de alinea staat in dat document op bytes 147389 tot 149823.