Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2017

Onder 6.5 Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:46.

De lagere rechtspraak en literatuur uit de eerste jaren na invoering van de Waadi laat zien dat de opmerkingen van de minister tot onduidelijkheid hebben geleid. Een extra complicatie daarbij was dat de minister leek te verwijzen naar de regeling in het algemene overeenkomstenrecht met betrekking tot onredelijk bezwarende bedingen (art. 6:231-6:247 BW), die niet van toepassing is op (collectieve) arbeidsovereenkomsten. Hoewel rechters steeds expliciet de opmerkingen van de minister over het schrappen van het wettelijke belemmeringsverbod in hun overwegingen betrokken, verbonden zij daaraan verschillende conclusies. Er zijn zowel uitspraken te vinden waarin het belemmeringsverbod, ondanks het wegvallen van de wettelijke grondslag daarvan, strikt werd gehandhaafd, als uitspraken waarin het met een gedetacheerde werknemer overeengekomen concurrentiebeding rechtsgeldig werd geacht. In de uitspraken binnen die laatste categorie kan bovendien onderscheid worden gemaakt tussen uitspraken waarin het concurrentiebeding werd getoetst aan de redelijkheid en billijkheid (art. 6:248 BW) en uitspraken waarin het beding lijkt te worden getoetst aan de redelijkheidsnorm van art. 7:653 lid 2 BW.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7972340923fb874770a2f578a8f09a1a96d56f79435798ebdbe7c75498636f2a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7972340923fb874770a2f578a8f09a1a96d56f79435798ebdbe7c75498636f2a, en de alinea staat in dat document op bytes 92144 tot 93674.